Visie vanuit een sociaalpsychologisch perspectief

Een vader en zijn zoon lopen over straat wanneer ze plots getuige zijn van een gewapende overval. De vader wordt geraakt door een verdwaalde kogel en sterft ter plekke. De zoon overleeft het voorval en wordt naar het politiebureau gebracht als ooggetuige. Maar voordat de jongen zijn getuigenverklaring kan afleggen, zegt de dienstdoende agent: ‘Ik kan zijn verklaring niet opnemen, hij is mijn zoon!’ Hoe kan dit? Veel mensen hebben moeite met dit raadsel, en het duurt vaak even voor ze doorhebben dat de agent de moeder is van de jongen*.
Dit is een treffende illustratie van hoe vooroordelen ons denken en inschattingsvermogen behoorlijk in de weg kunnen zitten. En is dat ook niet de reden dat de korfbalsport wordt ondergewaardeerd. Vooroordelen zijn attitudes, dat is een evaluatie van de korfbalsport. Een attitude bestaat uit drie componenten:
1) een affectieve, gevoelsmatige reactie op het attitude object (korfbal),
2) een cognitieve component (opvattingen en gedachten over korfbal) en
3) een gedragscomponent, onze neiging tot handelen ten opzichte van korfbal.
Stereotypering (cognitieve component) is een generalisatie over een groep mensen, waarin vrijwel alle leden van die groep identieke kenmerken toebedeeld krijgen, ongeacht de werkelijke variatie tussen de leden. De gedragscomponent kan leiden tot discriminatie.
Het menselijk brein kan niet anders dan categoriseren. Hierbij wordt de korfbalsport op grond van bepaalde eigenschappen in een eigen categorie ondergebracht. Dat categoriseren gebeurt al bij pasgeborenen. Maar het is de ervaring die daaraan betekenis verleend. Sluit je ogen en haal het beeld van een korfballer voor de geest. Zou je dat aan een grote groep ‘niet korfballers’ vragen, dan ontstaat (waarschijnlijk) een stereotiep beeld. Een stereotiep beeld kan positief of negatief zijn en wanneer eenmaal gevormd, zijn ze bestand tegen verandering op basis van nieuwe informatie. Sprake is van ‘belief perserverance’, het vasthouden aan conclusies, zelfs als die later onjuist blijken. Het lijkt ondoenlijk om vooroordelen te elimineren.
Het vooroordeel over korfbal moet zéker niet worden bevorderd. Dat betekent dat voorkomen moet worden dat korfballers ten prooi vallen aan zelfbevestiging, door het gedrag te laten afhangen van hun verwachting. Dus als iemand de korfbalsport op een specifieke negatieve manier typeert en jij als korfballer daar geen weerwoord op hebt, dan bevestig jij het beeld bij de ‘niet korfballer. Je geeft immers het signaal af dat je instemt met de typologie. En met een beetje pech ga je daar zelf ook in geloven. Ook speelt hierbij normatief conformisme een rol. Als jij de enige korfballer bent in een groep van ‘niet korfballers’, dan zal je niet snel een weerwoord geven. Jij hebt immers de neiging aan te sluiten bij de mening van de groep om aan de verwachting van de groep te voldoen en geaccepteerd te worden.

vooroordelen elimineren
De affectieve component heeft zowel betrekking op de korfballers zelf, alsook de kenmerken van de korfbalsport. Door ‘niet korfballers’ wordt korfbal gezien als een oer-Hollandse sport die gendergemengd is en wordt beoefend door witte mensen, met een oververtegenwoordiging uit het onderwijs. Dat de spelers slechts in één vak tegelijkertijd actief zijn, met passief spel (rebound perikelen), komt het imago van de korfbalsport niet ten goede. Dus ondanks het afschaffen van het middenvak en de introductie van de schotklok, waardoor korfbal als kijksport veel aantrekkelijker is geworden, blijft het negatief affectief vooroordeel in stand.
Een attitude ordent en verwerkt relevante informatie op een wijze die aansluit bij bestaande ideeën over het attitude-object (korfbal). Daardoor wordt de informatie die meer aandacht krijgt vaker opgehaald en daardoor beter herinnerd. Zelfs door het verschaffen van correcte informatie is het lastig stereotypen te weerleggen. Dus beweren dat korfbal veel uithoudingsvermogen en atletisch vermogen vergt, wordt door ‘niet korfballers’ gezien als uitzondering die de regel bevestigen. Om een stereotype te veranderen gaat het om hoe de ontkrachtende informatie wordt gepresenteerd. Als ‘niet korfballers’ worden gebombardeerd met voorbeelden die inconsistent zijn met hun stereotype, dan zijn zij mogelijk geneigd hun opvattingen bij te stellen. Mogelijk dat door het uitzenden van wedstrijden op televisie niet korfballers hun attitude over korfbal bijstellen. Dan moeten zij natuurlijk wel kijken. Eenzelfde effect kan optreden door het streamen van wedstrijden waardoor in potentie meer ‘niet korfballers’ worden bereikt. Ongetwijfeld speelt bij het oordelen over korfbal ook gender-stereotypering een rol. Dat maakt de kracht van korfbal zoals deze wordt gezien door korfballers (een gemengde sport, positieve stereotypering), onaantrekkelijk voor zij die korfbal negatief stereotyperen. Dat roept de vraag op wat het effect zou zijn van het opheffen van korfbal als gemengde sport? Bij de voetbal leverde dat een interessant genderspecifiek ledenverloop op.
Stereotiepe opvattingen kunnen leiden tot discriminatie (gedrag). Dat gaat bij korfbal gelukkig niet verder dan grapjes over gemengd douchen en een korfballer die door de mand is gevallen (Neerlands Hoop in bange dagen: Freek en Bram). Gelukkig met minder impact dan de grappen over ‘Buckler lul’ van Joep van het Hek.


de oplossing ligt in gedrag
Het zal de lezer duidelijk zijn dat het lastig is de affectieve en cognitieve component van de attitude van ‘niet korfballers’ te veranderen. De truck is ‘niet korfballers’ aan het korfbal te krijgen om aan den lijve te laten ervaren wat korfbal inhoudt. De contact hypothese veronderstelt dat vooroordelen afnemen als er sprake is van gelijkwaardig contact tussen groepen met gelijke status en hetzelfde doel. Het mechanisme achter attitudeverandering is cognitieve dissonantie. Dat is de onbehaaglijkheid (dissonantie) die we ervaren wanneer twee cognities (overtuigingen, attitudes) botsen, of als ons gedrag in strijd is met het beeld dat we van onszelf hebben. Om deze dissonantie te reduceren kunnen we
1) ons gedrag veranderen zodat deze weer in overeenstemming is met de ideeën die we over onszelf hebben,
2) ons gedrag rechtvaardigen door één van onze opvattingen te veranderen, en
3) ons gedrag rechtvaardigen door nieuwe opvattingen (cognities) te ontwikkelen.
Door deelname aan het korfbalspel ervaart een ‘niet korfballer’ met een negatieve attitude voor korfbal cognitieve dissonantie. Immers hij/zij gedraagt zich op een manier die niet in overeenstemming is met zijn/ haar attitude. Vervolgens treedt zelfrechtvaardiging (cognitie) op om het zelfbeeld te beschermen en wordt korfbal als meer aantrekkelijk ervaren. Daarmee verandert de affectieve component van de attitude in positieve zin. In mijn jeugd was het gebruikelijk dat de plaatselijke voetbalclub, toen met Danny Blind in de gelederen, tegen mijn korfbalteam voetbalde en korfbalde. Dat korfballers veelal beter zijn in voetballen dan voetballers in korfbal, zal vast invloed hebben gehad op de positieve attitudeverandering van onze voetballende dorpsgenoten.

inspelen op nauwelijks gevormde attitudes
De theorie van gepland gedrag geeft inzicht in de factoren die het lid worden van een korfbalvereniging voorspellen. Dat model voorspelt dat gedrag wordt bepaald door de gedragsintentie. De gedragsintentie wordt bepaald door de attitude, de subjectieve normen en de ingeschatte controle over het gedrag.
Mooi is dat onze belangrijkste doelgroep voor ledenwinst wars is van attitudes. Ik doel op de groepen 3 en 4 van de basisschool. Door het (structureel) verzorgen van korfbaltrainingen aan deze kinderen, wordt een positieve (affectieve) attitude voor korfbal ontwikkeld. Dat vergroot de kans dat deze kinderen lid worden van een korfbalvereniging.
De theorie van gepland gedrag vraagt ook aandacht voor twee andere factoren. De factor ‘ervaren gedragscontrole’ betekent het gemak waarmee het kind denkt het gedrag te kunnen vertonen. Daarvoor is het van belang dat trainers voldoende competent zijn om de kinderen die ultieme korfbalervaring te bieden. De ‘subjectieve norm’ is het meest lastig te beïnvloeden. Het betreft de opvattingen van het kind hoe belangrijke anderen tegen het gedrag in kwestie aankijken. Ouders zijn een belangrijk rolmodel voor kinderen en zij hebben grote invloed op hoe kinderen subjectieve normen ervaren. Echter, als ouders zien dat competentie trainers hun kinderen laten genieten van de korfbalsport, dan keren zelfs negatieve subjectieve normen ten goede. Tenslotte de vraag wie in staat is de kinderen van de korfbalsport te laten genieten? Laat dat nu juist de doelgroep zijn waarnaar wordt verwezen in het vooroordeel over korfbal: zij met affiniteit in het onderwijs!

  • uit Sociale psychologie, 9e editie, 4e druk, 2021 (Pearson Benelux). Ad Vos/28 mei 2022
0
    0
    Winkelmand
    LeegTerug